Stuitligging

Wat is nu precies een stuitligging? Een stuitligging betekent dat de baby niet op een juiste wijzen in het geboortekanaal zit. Zodra een baby is ingedaald, zit zijn hoofdje richting hebt geboortekanaal en zijn voeten naar boven. Bij een ligging in de stuit ligt de baby anders in de baarmoeder. We noemen dit stuitligging omdat de baby een soort van “klem zit”.

stuitligging

Soorten stuitliggingen

Er zijn verschillende liggingen mogelijk. De meest voorkomende ligging is de onvolkomen stuitligging. Daarnaast bestaat er ook nog een volkomen stuitligging en een halfonvolkomen stuitligging.

Onvolkomen stuitligging

Bij een onvolkomen stuitligging zijn de onderbenen van de baby gebogen ter hoogte van de heupen en uitgestrekt vanaf de knieën. Bij een voldragen baby komt deze ligging het vaakst voor. Het kan ook voorkomen dat de voeten van de baby tegen zijn gezicht of hoofd zitten.


Volkomen stuitligging

De baby kan ook in een volkomen stuitligging zitten. Een onvolkomen ligging betekent dat één of beide knieën gebogen zijn. Onderstaande plaatjes geeft een volkomen stuitligging weer. De knieën van de baby zijn gebogen.

Halfonvolkomen stuitligging

Bij een halfonvolkomen stuitligging heeft de baby een been gestrekt en het andere been opgevouwen.

Andere liggingen

Het kan ook voorkomen dat de baby niet met het achterhoofd maar met het aangezicht als eerste in het geboortekanaal ligt. Dit noemen we een aangezichtsligging. Wanneer de baby niet draait in de laatste zwangerschapsweken of bij de bevalling, dan wordt bijna altijd overgegaan tot een keizersnee. De baby kan ook in een dwarsligging liggen. Een dwarsligging betekent dat de baby met zijn hoofd aan de ene kant van je baarmoeder ligt en zijn achterste aan de andere kant. Een keizersnee is dan onvermijdelijk, omdat de baby niet is ingedaald, maar zich nog in de baarmoeder bevindt. Wanneer de baby wordt geboren in de ‘normale’ achterhoofdsligging maar niet met de neus naar beneden maar met de neus naar boven, dan spreken we van een ‘sterrenkijker’.

Wanneer komt een stuitligging voor?

Er zijn bepaalde factoren die de kans op een stuitligging groter maken. Een vroegtijdige bevalling is er daar één van. Wanneer het tweede trimester van de zwangerschap bijna ten einde is, tussen de 25e en 26e zwangerschapsweek, liggen baby’s vaak nog in een stuit. Dit is vrij normaal omdat de baby in het derde trimester pas gaat draaien. Door goed voor jezelf te zorgen, kun je een vroegtijdige bevalling voorkomen. De baby heeft zo nog genoeg tijd om in het derde trimester van positie te veranderen. Een stuitligging komt vaker voor bij meerlingen of wanneer de baarmoeder minder stevig is door eerdere zwangerschappen. De baby heeft dan meer ruimte in de baarmoeder.
Meestal wordt het pas opgemerkt als je 32 tot 35 weken zwanger bent. Als de baby dan in een stuit ligt is de kans groot dat de baby niet meer gaat indalen in de juiste positie. Als een stuitligging wordt geconstateerd dan zijn er mogelijkheden om de baby te draaien.

Bevallen

Vroeger werden baby’s die in de stuit liggen bijna altijd vaginaal geboren. Tegenwoordig zijn verloskundigen het niet altijd eens over hoe een stuitligging geboren moeten worden. Tegenwoordig vindt men het verstandiger om een stuitligging met een keizersnee ter wereld te brengen. Toch zijn er nog artsen of verloskundigen overtuigd dat een stuitligging met een vaginale bevalling kan gebeuren wanneer de omstandigheden goed zijn. Meestal gaat het dan om een onvolkomen stuitligging van een voldragen baby bij een vrouw die al eerder vaginaal bevallen is. Bij een halfonvolkomen stuitligging één been gestrekt, ander gebogen) wordt wel een keizersnee aanbevolen. Een stuitligging wordt altijd door de verloskundige of arts geconstateerd voordat de bevalling begint. De arts of verloskundige controleert in het derde trimester van de zwangerschap altijd hoe de baby ligt. In overleg kan besloten worden hoe de bevalling gaat gebeuren.


Stuitligging draaien

Geprobeerd kan worden om de stuitligging te draaien naar een normale (rechtstand) positie. In het ziekenhuis kan de arts dit draaien. Dit doet hij door aan je buik te voelen hoe de baby ligt en dan kneed hij stukje voor stukje de baby in de juiste positie. Een eigenwijze baby kan dan nog wel eens terugdraaien. In één op de twee gevallen lukt het om de baby in de goede positie te draaien. Het kan soms lastig zijn om de baby te draaien doordat er al weeën zijn of dat de vliezen zijn gebroken. Als het niet meer lukt om de baby te draaien, maar je gaat al wel bevallen, dan kan worden besloten om een keizersnee te doen.

Delen